
Sinds een tijdje gebruiken we bij Grimm Audio een bijzondere foto voor onze advertenties. Je ziet de hightech bionische hand van Arie Rommers wijzen naar de menselijke hand van celliste Saskia Le Poole, beiden zwevend boven onze MU1 muziekspeler. Het is prachtig in beeld gebracht door fotograaf (en geluidstechnicus) Brendon Heinst. “When Science Creates Art” noemden we dit beeld, de verwijzing naar de schildering van Michelangelo op het plafond van de Sixtijnse Kapel is niet toevallig.
Wat verbeeldt die schildering? God blaast het leven in Adam, de mens is geschapen. Eva arriveert kort erop en zij leven samen in het paradijs totdat Eva van de appel eet. De appel staat in wezen voor het bewustzijn. Nu Adam en Eva zich bewust zijn geworden van zichzelf en alles om hen heen kunnen ze de toekomst verbeelden. Ze krijgen wensen, en de creatieve kracht om die wensen te verwezenlijken. Maar tegelijk verliezen ze daarmee het paradijs. Er komen namelijk ook negatieve wensen: zorgen om nare dingen die mogelijk kunnen gebeuren. En met hun scheppende kracht kunnen ze ook die zorgen (onbedoeld) gaan realiseren, net zoals ze hun wensen kunnen realiseren. Helaas is het bewustzijn zich onbewust van zijn beperkingen. De zorgen voelen net zo sterk als de wensen, misschien zelfs sterker. En daarmee verliezen de mensen het paradijs.
Ik geloof daarom dat, om weer een stukje van het paradijs te proeven, we ons wat meer bewust moeten worden van hoe het bewustzijn werkt. In een eerdere blog probeerde ik al om wat meer bewust te worden van het onbewuste. Net als toen kom ik uiteindelijk niet geheel toevallig bij muziek uit.
Bewustzijn
Volgens mij moeten we beginnen bij het kijken naar de taken van het bewustzijn. Vanaf de geboorte bouwen onze hersenen aan een model van de werkelijkheid. De noodzaak voor zo’n model ontstond in de evolutie vanzelf bij het ontstaan van perceptie, het waarnemen van de omgeving. Als je bijvoorbeeld naar voren kijkt en dan je ogen dicht doet, je hoofd draait en je ogen weer open doet, dan ziet de wereld er ineens totaal anders uit. Je hersenen hebben de taak om die overgang logisch te maken. Daarvoor combineren ze de visuele prikkels met informatie van andere zintuigen, in dit geval van je evenwichtsorgaan, en maken zo een soort kaart die een afspiegeling is van de wereld om ons heen. Een van de hoofdtaken van de hersenen is dus om op basis van je waarnemingen modellen te creëren die de informatie van onze zintuigen logisch en kloppend maken. Dit proces wordt ‘cognitie’ genoemd. Zonder cognitie zou een organisme met zintuigen niet kunnen functioneren. Daarom heeft zelfs het primitiefste dier het. Als je poten en een mond hebt moet je al een zelfbeeld hebben zodat je niet je eigen poot opeet. (Ik vond dit voorbeeld in het geweldige boek Metazoa van Peter Godfrey-Smith, dat gaat over het dierenrijk en de evolutie van het bewustzijn).
In het leerproces, waarin het cognitieve model langzaam maar zeker gestalte krijgt, plaatsen de hersenen datgene dat je voelt, ziet of hoort als ‘updates’ in het model. In de loop der tijd wordt de kaart zo steeds gedetailleerder. Als een waarneming niet klopt met het bestaande model trekt het de aandacht: misschien is er iets veranderd in de omgeving, of misschien was het een foute waarneming. Of wellicht klopt het model niet en moet het worden aangepast, we hebben weer wat geleerd. Hoe meer ervaring er is, hoe sterker een afwijking op zal vallen. Maar ook: des te minder snel de kaart aangepast hoeft te worden. De cognitie wordt zo op den duur een betrouwbare ‘toekomstvoorspellingsmachine’. En die hebben we hard nodig, want kunnen anticiperen op wat komen gaat is essentieel om te overleven.
De menselijke hersenen gaan vervolgens nog een stap verder. Ons bewustzijn kan namelijk op basis van het cognitieve model van de werkelijkheid een ‘verhaal’ maken. In symbolische taal, met woorden en zinnen. Daarmee kun je een visie op de werkelijkheid creëren, je geeft er betekenis aan. En die visie kun je via de taal delen met andere mensen. Ook met mensen die we niet kennen omdat het mondeling of schriftelijk doorgegeven kan worden. Op basis van het verhaal van anderen dat je terug hoort kun je weer jouw eigen visie bijstellen. Zo bouwen we samen aan een gezamenlijk verhaal dat via taal overdraagbaar is, bijvoorbeeld via onderwijs, en dat noemen we ‘cultuur’. Deze gave vormt de basis van ons succes als soort, of zoals schrijver Yuval Noah Harari het zegt: “Fictional stories form the basis of all cooperation in homo sapiens.”.
Het bewustzijn kan op basis van al die verhalen gaan nadenken over de werkelijkheid, we kunnen die ‘verbeelden’ in woorden. En met een dosis nieuwsgierigheid kunnen we dan gaan bedenken dat ‘als dat kan, dan kan waarschijnlijk ook dat’. En zo ontstaat een wens, die we vervolgens graag werkelijkheid willen maken. Creatie wordt altijd gedreven door een wens. De Nederlandse natuurkundige Marinus Knoope heeft daar prachtige dingen over geschreven in zijn boek De Creatiespiraal, helaas alleen beschikbaar in het Nederlands. Knoope laat daarin zien dat dit ook opgaat voor zorgen, in feite ‘negatieve wensen’, dingen waarvan je hoopt dat ze níet gebeuren. Die zorgen kunnen we namelijk ook verbeelden. En jammer genoeg zijn we bijna net zo goed in het realiseren van onze zorgen als van onze wensen.
Maar misschien nog belangrijker, door onze verbeeldingskracht vormen de wensen en zorgen hun eigen ‘fantasiewereld’ van verhalen. En die zijn onderdeel van de verhalen die gedeeld worden met andere mensen, en dragen dus ook bij aan de cultuur. Het valt helaas niet mee om te onderscheiden welke verhalen geïnspireerd zijn op de werkelijke wereld en welke op de fantasiewereld.
Als ik dit alles kort samenvat, dan bouwen we op basis van onze onbewuste waarnemingen een cognitief model van de werkelijkheid. Ons bewustzijn maakt hier een verhaal van dat gedeeld kan worden en zo cultuur vormt. Onze verbeelding leidt dan tot een wens of een zorg, en die inspireert onze creativiteit. De mens is door zijn bewustzijn een creator geworden.
Cognitieve Dissonantie Reductie
Het verhaal dat we hebben gemaakt matcht natuurlijk nooit precies met de werkelijkheid. Het onvermijdelijke gevolg is dat je vaak geconfronteerd zal worden met situaties waarin het bewustzijn een andere uitkomst voorspelt dan zich werkelijk voordoet. Dat leidt tot iets dat “cognitieve dissonantie” genoemd wordt: het ongemakkelijke gevoel dat je wereldbeeld misschien niet klopt en dat je dus je grip op de werkelijkheid kwijt lijkt te raken. Als reactie zul je dan proberen om je model te verdedigen en een verklaring te zoeken die met wat moeite toch binnen je al bestaande verhaal past. Dat wordt “cognitieve dissonantie reductie” genoemd, ofwel “het verminderen van het ongemak dat ontstaat door het niet matchen van je verhaal met je waarneming”. In wezen heb je de sterke wens om je verhaal niet aan te hoeven passen.
Daar komt soms enorm veel creativiteit bij kijken. Toen Leo Festinger in 1957 in zijn boek “A theory of Cognitive Dissonance” het verschijnsel voor het eerst bestudeerde was hij geïnspireerd door het verhaal van een vrouw uit Chicago. Zij had diverse mysterieuze boodschappen gekregen dat de aarde op 21 december zou vergaan maar dat ware gelovigen die zich op een bepaalde plek verzamelen om middernacht op 20 december, door vliegende schotels gered zouden worden. Zij en haar aanhangers stonden klaar, maar er gebeurde niets en ook de allesvernietigende vloedgolf kwam niet. Je zou verwachten dat ze nu zouden accepteren dat ze in een waanidee hadden geloofd. Maar niets was minder waar, ze raakten overtuigd dat dankzij hun inspanningen God de aarde had gespaard. En ze trokken de wereld in om deze boodschap te verspreiden.
Toen ik 15 jaar was, begin jaren 80, hoorde ik voor het eerst over cognitieve dissonantie reductie van een klasgenoot. Volgens hem was het de verklaring voor bijna al het menselijk gedrag, en niet alleen in extreme situaties. Ik vond dat een enorm interessant idee, maar toch heeft het lang geduurd voordat tot me doordrong dat zijn theorie wel eens dicht bij de waarheid zou kunnen liggen.
Zoals gezegd heb je als mens een diepe aandrang om verklaringen te bedenken voor alles dat je waarneemt, en daarvoor bevestiging te zoeken bij andere mensen. Als anderen niet meegaan in jouw verhaal wordt het moeilijk. Je moet dan kiezen tussen twijfelen aan de ander of twijfelen aan jezelf. Dat laatste is een existentiële twijfel, je lijkt dan een stuk van je controle kwijt te raken en dat voelt als bedreigend. Daarom zul je op zoek gaan naar medestanders die je kunt overtuigen om ook in jouw verhaal te geloven. Als de wereld echter verdeeld wordt in medestanders en tegenstanders ontstaat er een ‘wij versus zij’ kloof tussen mensen, in plaats van een gezonde ‘ik versus ons’ dualiteit.
Het probleem daarbij is dat hoe vreemder het verhaal wordt (denk aan de vliegende schotels in de jaren 50), hoe sterker de band tussen de mensen die er toch in geloven. En dat kan heel ver gaan, want als je lang in een waanidee gelooft, dan is de consequentie van accepteren dat dat verhaal niet klopt bijna ondraaglijk groot. Datgene waar jij en mensen waar je van houdt misschien al jaren voor staan blijkt niet waar te zijn, en om dat onder ogen te zien is extreem zwaar voor je ego. Veel mensen zijn daar niet toe bereid en zullen alles op alles zetten om er toch in te blijven geloven, zelfs als ze diep van binnen weten dat het eigenlijk niet waar kan zijn.
Toen ik dit doorhad zag ik het overal terug. De ‘verhalen’ van het bewustzijn uiten zich vaak als meningen, of als een frame. Internet maakt het via social media makkelijker dan ooit om mensen te vinden die je mening bevestigen of er nog een schepje bovenop doen. En zo ontstaat steeds meer polarisatie in de wereld. En iedereen claimt de ‘waarheid’ en snapt niet dat de anderen niet inzien dat ze er naast zitten.
Wat nu?
Dit is een vervelende situatie. Hoe komen we hier uit? De kern van het probleem is dat de een zijn verhaal niet matcht met dat van van een ander. Minstens een van de twee zal in beweging moeten komen. Maar om zelf die stap te zetten lijkt me heel lastig. Stel dat mijn inzicht correct is, dan moet ik daar toch niet aan gaan twijfelen? Ik realiseerde me dat dit probleem al zo oud is als de mensheid zelf, en dat het tot de ‘wetenschappelijke methode’ heeft geleid.
De wetenschappelijke methode combineert nauwkeurige observaties van de werkelijkheid met onzekerheid en twijfel, ook wel ‘skepticisme’ genoemd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt zelden dat iets absoluut waar of niet waar is. Meestal is het “waarschijnlijk waar” met een bepaalde kans, maar volledig zeker is het niet. Een volgend onderzoek zou eventueel met grotere waarschijnlijkheid kunnen stellen dat het “waarschijnlijk niet waar” is. Dan zijn er bijvoorbeeld meer omstandigheden of een inzicht uit een andere studie meegewogen. Nieuwsgierigheid drijft de wetenschapper om telkens weer opnieuw te gaan onderzoeken, want hij wil weten hoe het zit en hij twijfelt of het huidige inzicht wel de beste kijk op de zaak is. Onzekerheid en twijfel zijn dus onlosmakelijk met wetenschap verbonden. En ik denk dat ze ook een grote hulp kunnen zijn in het dagelijks leven.
Filosofen zoals Descartes en Sartre hebben hier veel over geschreven. Ze zeggen: onze waarneming die is echt, de materie om ons heen bestaat. Je cognitieve model van de werkelijkheid is tot op zekere hoogte ook te toetsen, want die heeft een directe relatie met die buitenwereld. Maar de verhalen die ons bewustzijn vervolgens maakt, onze visie op die werkelijkheid, onze persoonlijke gedachtes, die kun je niet waarnemen. Want dat waarnemen moet je met diezelfde gedachtes doen. Van je diepe zelf bestaat dus alleen het verhaal dat je van jezelf hebt gemaakt. Het enige dat je er over kunt weten is hoe je tot dat verhaal gekomen bent, namelijk dat het bewustzijn staat op het kruispunt van aan de ene kant je waarnemingen van de werkelijkheid, en aan de andere kant je communicatie met andere mensen, binnen jouw cultuur.
Mijn persoonlijke inzichten en overtuigingen zijn daarmee per definitie relatief geworden en niet absoluut, ik kan er nooit zeker over zijn. Om dit te accepteren is een grote opgave want het betekent onvermijdelijk dat ik me onzeker zal gaan voelen over mijn houvast.
Ik hoorde de Belgische psychiater Damiaan Denys zeggen: “Onzekerheid levert vrijheid op. Als je onzekerheid kunt toelaten in je leven ontvang je de vrijheid waar we als mens fundamenteel naar op zoek naar zijn.” Met andere woorden: het kunnen dragen van niet in controle zijn, van het niet zeker kunnen weten, geeft je vrijheid. En dat is een geweldige paradox: mensen willen controle verwerven uit angst om hun vrijheid te verliezen. Maar door controle te verwerven verliezen ze juist hun vrijheid. Ze kunnen niet meer voorbij hun beperkte blik kijken.
Muziek
Wat kan ons helpen om deze onzekerheid te dragen? Meditatie wordt vaak genoemd, omdat het zowel je waarnemingen als je communicatie kalmeert en zo je bewustzijn tot rust brengt. Daarnaast lijkt me dat kunst kan helpen. Het laat je op onverwachtse manieren bijzondere verhalen ervaren, en prikkelt zo tot nadenken over je eigen verhaal. Kunst daagt je uit om nieuwsgierig te zijn naar een andere kijk op de zaak. En nou blijkt dat muziek hierbinnen een bijzondere plaats inneemt.
Leonid Perlovsky van Harvard University schreef in 2009 een zeer inspirerend artikel met de titel “Musical emotions: Functions, origins, evolution”. Hij beschrijft hierin de hypothese dat muziek is ontstaan toen taal zich bij mensen ontwikkelde. Voordat taal er was gebruikten onze voorouders klanken om uiting te geven aan zowel de emotie als de functie die bij een bepaalde gebeurtenis of behoefte hoorde. Toen taal zich ontwikkelde koppelde de functionele, beschrijvende kant van verbale uitingen zich los van de emotionele kant. En “the emotional part of primordial vocalization evolved into music.”, zoals Perlovsky het formuleert. Vandaar wellicht dat muziek zo’n directe ingang tot je emoties biedt.
Met behulp van taal konden onze voorouders zich samen een nieuwe werkelijkheid verbeelden, en zodoende creator worden. Maar een visie op de werkelijkheid leidt ook al snel tot cognitieve dissonantie. Als je daar direct emotioneel van wordt, dan ben je snel klaar met het verbeelden. Daarom moet er een evolutionair voordeel geweest zijn voor mensen die hun emoties konden beheersen zodra er cognitieve dissonantie ontstond bij het opbouwen van kennis.
Muziek laat je op een gecontroleerde manier allerlei subtiel verschillende emoties in een constante stroom ervaren. Ze ontstaan en lossen weer op, als een verhaal dat puur in emoties verteld wordt, in plaats van in woorden. Dit geeft het gevoel alsof er naast de verbeelde wereld nog een wereld bestaat die los van taal functioneert. In de woorden van Perlovsky: “Musical emotions help maintain a sense of purpose of one’s life in face of a multiplicity of contradictory knowledge”.
In een latere studie van Perlovsky liet onderzoek met jonge kinderen daadwerkelijk zien dat muziek cognitieve dissonantie kan verminderen. Speeltjes waar niet mee gespeeld mocht worden kregen van de kinderen een lagere waardering. Als er tijdens de proef een Mozart sonate werd gespeeld, dan kregen die speeltjes geen lagere waardering. Muziek lijkt de dissonantie te verzachten door een sterke ervaring te geven die los van een visuele prikkel ontstaat. En die verzachting helpt om de onzekerheid te dragen, wat je zoals gezegd vrijheid verschaft. Muziek leidt dus tot vrijheid. Wat een ontroerend inzicht.
Epiloog
Ik was diep getroffen door dit onderzoek van Perlovsky, maar bleef toch zitten met de vraag waar ik moest beginnen nu ik me hier bewust van was geworden. Ik bedacht me dat het belangrijkste is dat ik moet accepteren dat ik mens ben, met een bewustzijn, en dat ik dus onvermijdelijk last zal hebben van cognitieve dissonantie. Dat ik als mens imperfecte verhalen en rituelen nodig heb om me aan vast te houden, en ook bevestiging van groepen andere mensen die dat verhaal met me delen zodat ik me niet alleen voel. En dat ik logischerwijze bang ben om de controle te verliezen als ik aan mijn visie ga twijfelen.
Maar door me hier bewust van te zijn, en compassie te hebben met de beperkingen van mijn menszijn, kan ik nieuwsgierig worden of het verhaal dat ik heb gemaakt misschien niet helemaal klopt. En met diezelfde nieuwsgierige compassie kan ik ook kijken naar andere mensen die een ander verhaal hebben omarmd. En misschien kan ik dan met hen praten over hun en mijn ervaringen in plaats van over onze meningen, want ervaringen hebben een sterkere relatie met de werkelijkheid. Dat is allemaal niet zo makkelijk natuurlijk. Maar gelukkig kan muziek me daar bij helpen.
Eelco Grimm
Dankjewel Rik, Kommer, Wilko en Than voor jullie waardevolle feedback.